Beerzel met een ‘z’
Door Emile Clemens

<- Terug

Dag mijnheer Teirlinck,

Door het venster in mijn werkkamer kijk ik naar de linde die met zijn kruin die wel vijfentwintig meter hoog reikt heel de tuin domineert. Half maart zijn de botten gaan zwellen en nu is het loof helemaal volgroeid. Binnenkort verschijnen de gele bloesems en dan zit ik hier nog steeds naar de boom te kijken. Waarschijnlijk zal ik hier nog hele dagen zitten kijken naar onze boom die voortdurend verandert door de wind, de hommels en bijen, de mezen en de tortelduiven.

Ik ben wel eens in uw huis op de Uwenberg geweest. Ik ben van de streek. U had het huis toen al definitief verlaten. Ik keek door uw venster naar de tuin en naar die vallei van het Brabants heuvelland dat al eens verkeerdelijk het Pajottenland wordt genoemd.

Toen ik nog jonger was, wist ik niet dat u daar woonde, achter de kerk. Mijn vrienden en ik fietsten in de vakanties naar het kasteel waar we niet betaalden om binnen te gaan en waar er, behalve de meisjes die er al eens rondliepen, niet veel te zien was. Het kasteel was leeg en we fantaseerden avonturen. Die tijd is voorbij. De avonturen komen nu uit de telefoons van de jongeren.

Op school leerden we over u en uw boeken. ‘Het gevecht met de engel’, ‘Zelfportret of het galgemaal’ en ‘Maria Speermalie’ waarbij we ons afvroegen wat die Maria met dat sperma moest doen. U zou de eerste Vlaamse stadsroman geschreven hebben. We moesten die lezen maar dat deden we niet. Toen niet. Die boeken heeft u daar in dat huis op de Uwenberg geschreven. Heeft u tijdens het schrijven vaak naar buiten gekeken?

Later kwam ik regelmatig in De 3 Fonteinen op het plein dat uw naam kreeg, rechtover de kerk, dicht bij uw huis. Dat was toen een café waar u ook al eens kwam, later werd het een café waar je iets kon eten en nog later een restaurant.

Nadat mijn moeder gestorven was bleef mijn vader daar wonen. Ik ben verhuisd en woon nu in de Kempen, naast Beerzel, met een ‘z’. Mijn vader werd heel oud. Zolang hij leefde, ging ik op zondag naar hem toe en ’s middags gingen we dan al eens iets eten in De 3 Fonteinen. Het stoofvlees viel zeer in de smaak. Dat kan nu niet, familie bezoeken of op restaurant gaan.

Mijn vader is nog vele jaren alleen blijven wonen in mijn ouderlijk huis. Toen hij te oud was om nog op stap te gaan, zei hij vaak dat hij van de hele week geen mens gezien had op straat.

Hoe zou u daar mee omgaan? Zou u er een boek over schrijven? Een boek waarin niets gebeurt omdat er niets meer te beleven valt op de Uwenberg? Ik zou naast u aan die tafel willen zitten die uitkijkt op de vallei. Ik zou zeggen dat het een essentiële verplaatsing is. Ik zou u vragen hoe dit alles aanvoelt voor iemand die zo een druk leven had als u. Veel kans dat u mij beleefd verzoekt om u met rust te laten.

Ik zal uw verzoek inwilligen en naar huis gaan. Ik heb tijd. Tijd om een paar van uw boeken te lezen. De boekenwinkels zijn weer open. Ik ben benieuwd of ze nog iets van u in huis hebben. Na een paar bladzijden zal ik weer naar buiten kijken, naar onze linde die er altijd staat en steeds verandert.

Ik laat nog wel iets weten. Wat ik van uw boeken vind.

Dag mijnheer Teirlinck.

Emile Clemens

<- Terug