Rik Van Puymbroeck

Hoe zou je jezelf omschrijven?  

Ik ben een rustige mens, een uitsteller, en een grote twijfelaar ook. Ik ben journalist en werk al 35 jaar voor de krant, maar elke keer als ik een stuk indien, is dat met evenveel onzekerheid als 35 jaar geleden. Dat geldt natuurlijk nog veel meer voor het boek dat ik geschreven heb. Toen ik het manuscript doorstuurde, deed ik dat met grote twijfel. Dat zal wel met faalangst en zenuwen te maken hebben, al probeer ik dat onder controle te houden.

Ik ben bovendien een grote boekenliefhebber en kijk geen televisie. Ik reis ook veel, vooral voor mijn werk dan. Ik ben geen avontuurlijke reiziger. 

Wat kom je hier precies doen?

Ik ben bezig aan een tweede boek dat in 2027 bij De Bezige Bij zal verschijnen. Mijn eerste boek heet Treurwil en ik was eigenlijk niet van plan om een tweede boek te schrijven. Ongeveer veertig jaar geleden zag ik op televisie een programma dat De wereld van Boudewijn Büch heette. Büch was een Nederlandse schrijver en televisiemaker die zijn boekenkast achterna reisde. Hij is daarvoor verschillende keren naar Patagonië geweest en ik dacht toen al: daar wil ik naartoe. Elk jaar sinds ik bij de krant werk, heb ik een voorstel gedaan om naar Patagonië te gaan, maar kranten hebben daar weinig interesse in want er is geen link tussen België en Patagonië. Uiteindelijk ben ik er dan maar zelf heen gereisd en kreeg ik het idee voor een tweede boek. Patagonië is een deel van Chili en Argentinië, maar ik ben alleen in het Argentijnse deel geweest. Dat ligt echt heel ver van de wereld ligt. Je moet lang reizen om er te geraken. Het is er leeg en gigantisch groot. De natuur is er prachtig en er leven weinig mensen. Op een bepaald moment was ik op een totaal afgelegen plek, en daar ben ik vier dagen gebleven. Toen ben ik op het idee gekomen om een boek te schrijven over hoe het is om ver van de bewoonde wereld te wonen en al dan niet betrokken te zijn bij wat er zich in de rest van de samenleving afspeelt, al is het mentaal. Patagonië wordt ook als een state of mind omschreven. Ik ben ook op Schiermonnikoog geweest en heb zelf een huisje in Auvergne. Daar wonen ook mensen die ver van de actualiteit leven en van wie je zou kunnen zeggen dat het voor hen niet uitmaakt of Trump of Poetin president is. Of dat denken wij toch van buitenaf. Het boek behandelt vragen als hoe kijk je naar de wereld als je op dergelijke afgelegen plaatsen woont? Kan je beslissen om die 85 jaar dat we leven zo zinvol mogelijk in te vullen zonder je veel aan te trekken van ambities of politiek? Om zo gelukkig mogelijk te zijn en alleen maar te leven?  Het huis van Herman Teirlinck is ook een beetje een eiland. In vogelvlucht is het maar 11 kilometer tot de Grote Markt van Brussel, maar dat lijkt niet zo. Een betere plaats om over dit thema te schrijven, kan ik me niet inbeelden.

 

Welke vorm gaat je boek aannemen? Is het fictie?

Daar ben ik nog niet helemaal uit. Ik ben in Patagonië, Schiermonnikoog, Auvergne, en in Odesa geweest om met mensen te praten, maar het wordt zeker geen non-fictieboek met enkele portretten van mensen die daar wonen. Ik ga met hun verhalen aan de slag, maar ik voeg ook mijn eigen ervaringen toe. Ik ben dan wel journalist, maar ik merk dat ik de laatste jaren veel minder geneigd ben om de actualiteit te volgen. Het liefst van al zou ik er een fictieboek over schrijven, maar ik denk niet dat dat in mij zit. Ik vrees dat ik het talent en de fantasie niet heb.

 

Komt dat mede door je job als journalist?

Misschien wel, maar het is ook gewoon wie ik ben. Er zijn ook journalisten die dat wel kunnen. Ik zou mezelf ook niet snel schrijver noemen. Ik vind dat je dat pas kan zeggen als je een roman geschreven hebt.

 

Is er een bepaalde link tussen het boek waar je nu aan werkt en je vorig boek?

Totaal niet. Ik heb dat bewust niet gewild. Treurwil gaat over hoe ik op jonge leeftijd een aantal mensen ben kwijtgeraakt op een relatief korte periode en hoe dit mijn leven bepaald heeft. Op zeventienjarige leeftijd heb ik mijn beste vriend zien verongelukken en enkele jaren later is mijn broer verongelukt. Ik heb hierover geschreven wat ik erover kon en wilde schrijven. Als ik dan toch probeer om “schrijver” te worden, lijkt het me goed om een totaal ander thema in te duiken en mezelf op die manier ook uit te dagen. Treurwil was een moeilijk boek om te schrijven, maar tegelijk heel makkelijk omdat het over mijn eigen leven ging. Nu duik ik in de levens van andere mensen.

 

Heeft schrijven altijd al deel uitgemaakt van je leven?

Op mijn twaalfde wist ik dat ik journalist wilde worden. Dát was mijn droom, schrijver niet zozeer. De opleiding journalistiek bestond toen nog niet, dus ben ik geschiedenis gaan studeren. Toen dat mislukte, heb ik een bachelor in communicatie gehaald. Dan heb ik op het juiste moment meegedaan aan een examen voor een krant en daar mogen beginnen. Ik heb dus nooit iets anders gedaan. Gaandeweg is er dan de vraag gekomen van een uitgeverij of ik een idee had voor een boek. Dat ging over de Turkse gemeenschap in Vlaanderen en is in 2006 verschenen bij Van Halewyck. Pure non-fictie dus. Daarna heb ik nog een tweede non-fictieboek geschreven op basis van interviews met weduwen.

Het leek me altijd al fantastisch om een boek te hebben waar je naam opstaat. Maar een boek schrijven is natuurlijk een heel uitgebreid en omslachtig werk. Doordat ik een uitsteller ben, dwing ik mezelf te schrijven in heel korte tijdspannen met een hyperfocus. Daarom dacht ik na dat eerste boek dat ik het nooit nog zou doen en twee jaar later was het tweede boek er. Dat had ik na Treurwil ook. Toen dacht ik: het is goed geweest. Nu zijn we drie jaar verder en ben ik aan het volgende boek bezig.

Schrijver worden was dus niet mijn droom, maar journalist worden wel. Het zou natuurlijk veel mooier zijn om te kunnen zeggen dat ik al een boek geschreven heb op mijn twaalfde, maar dat is niet het geval. lacht

 

Waar droom je nog van?

Ik heb nooit een bucketlist gehad, behalve naar Patagonië gaan. Daar ben ik inmiddels twee keer geweest. Ik word dit jaar 59 en ben laat gedebuteerd. Ik moet dus niet meer dromen van een internationale carrière. Ik heb wel altijd gehoopt dat Treurwil vertaald zou worden, naar het Frans bijvoorbeeld. Dat is tot nu toe niet gebeurd, en ik denk ook niet dat het nog zal gebeuren. Meestal zijn mijn dromen redelijk ad hoc, in die zin dat ik momenteel hoop dat het boek dat ik hier schrijf op het afgesproken moment zal verschijnen.

Ik had het geluk dat Treurwil goed onthaald is. Het haalde de shortlist van de Bronzen Uil en won de Confituur Boekhandelsprijs, en ook de recensies waren positief. Ik ben ervan overtuigd dat het een kwestie van geluk hebben is. De ene recensent vindt iets geweldig en de andere vindt iets verschrikkelijk. Voor beide is iets te zeggen. Toen Treurwil voor het eerst besproken werd in een krant heb ik de nacht voordien zo slecht geslapen. Ik wou liever dat ze het niet bespraken dan dat ze het negatief beoordeelden. Uiteindelijk viel dat heel goed mee, maar het is een subjectieve mening. Ik heb geluk gehad dat de persoon die mijn boek recenseerde er geraakt door was, maar voor hetzelfde geld was dat niet het geval. Hetzelfde zie je op Goodreads: de ene breekt het boek af en de andere is er lovend over. Voor dit boek hoop ik hetzelfde. Je steekt er heel veel energie en tijd in, en als het dan afgekraakt wordt… ik kan me niet voorstellen dat dat me niet zou raken. Ik denk dat zoiets ongelofelijk onder je vel kruipt.

Ik ben vooral heel dankbaar voor het parcours dat ik afgelegd heb. Ik heb heel veel kunnen doen. Ik ben als journalist begonnen in een periode waarin we wel op pad moesten gaan want er was nog geen internet of telefoon. Ik heb heel veel van de wereld gezien door mijn werk. Vandaag zijn hier geen budgetten meer voor en door de komst van het internet lijkt het niet meer nodig om voor bepaalde gebeurtenissen naar een land te reizen. Daar ben ik het niet mee eens, journalisten moéten buiten komen en op pad gaan.

Ik ben vooral blij dat ik heel veel ja gezegd heb in mijn leven, zodat je niet moet sterven met spijt voor de dingen je niet gedaan hebt.

 

Heb je een vast schrijfritueel?

Als ik aan een boek werk, probeer ik om 8u op te staan en tot 12u te werken en dan nog eens van 14u tot 18u. Dat is de enige discipline die ik mezelf opleg. Ik ga zitten aan een tafel en begin. Ik maak mijn notities in een notitieboekje. Het zou een ramp zijn, moest ik dit kwijtraken.

 

Hoe combineer je je job met het schrijven?

Dat is moeilijk… ik ben vast in dienst bij De Tijd dus ik moet wekelijks iets afleveren. In het jaar dat ik aan een boek bezig ben, gaat al mijn vrije tijd naar het schrijven. Al mijn weekends en vakantieperiodes zal ik spenderen aan schrijven. Ik heb geen keuze… De combinatie is dus uitdagend, maar ik kies er zelf voor. Ik weet dat als ik me voor een boek engageer, ik een jaar lang geen vakantie heb.

Daarom heb ik een residentie echt nodig zodat ik enkel met het boek bezig kan zijn. In een ideale wereld zou ik fulltime schrijver zijn, maar dat kan op dit moment zeker niet. Dus ik ben heel blij dat ik nu in het huis van Herman Teirlinck kan zitten. Het is hier echt een cocon. Ik zou hier kunnen wonen.