Lander govaerts
——
Weerslag van een residentiegesprekje
——
Hoe zou je jezelf omschrijven?
Ik ben Lander Govaerts. Ik schrijf voornamelijk proza en essays. Het is ongeveer twee jaar geleden dat ik plots op een onbezonnen dag heb besloten om te beginnen met schrijven en daar ben ik dan meteen redelijk obsessief in gedoken (lacht). Ondertussen ben ik bij het magazine Deus Ex Machina beland, waar ik voornamelijk prozaredactie doe en nummers samenstel, wat ongelooflijk fijn is en een eer. Daarnaast zit ik ook bij de Letteristen in Oostende, waar ik ook zeer fijne mensen heb ontmoet. De grootste eer is dat Caro Van Thuyne mijn manuscript begeleidt via Elk Verhaal Begint van Literatuur Vlaanderen.
Zou je jezelf een auteur noemen?
Ondertussen denk ik wel. Ik heb kortverhalen gepubliceerd.
Hangt het af van de publicatie?
Ik weet het niet goed. Ik weet niet of ik mezelf auteur zou noemen. Ik ben wel schrijver.
Schrijven heeft niet altijd al deel uitgemaakt van je leven?
Nee, totaal niet. Mijn achtergrond ligt in de sociologie. Ik ben heel mijn jeugd bezig geweest met politiek, en vooral veel theorie gelezen toen. Meer dan romans. Ik las eigenlijk bijna niets, tot een goede vriend me enkele romans aanraadde. Ik was toen twintig jaar. Die ben ik beginnen lezen uit verveling tijdens de examens, en sindsdien ben ik niet gestopt. Daarna las ik nog altijd veel politieke theorie en ben ik ook aan een doctoraat begonnen, maar dan besefte ik: het klikt toch niet helemaal. Ik heb nooit gedacht dat ik dit kon, nooit gedacht dat ik verbeelding had.
Zijn er bepaalde thema’s die altijd terugkomen in je werk?
Ja, de thema’s die ik ook politiek-theoretisch interessant vind. Vervreemding, eenzaamheid, en recent veel over rouw, maar ook over fascisme. Mijn werk is hoofdzakelijk fictie. Ik probeer altijd vanuit de fictie te vertrekken.
Heb je een vast schrijfritueel?
Niet echt, ik kan bijna altijd schrijven, als er niet te veel geluid is. Ik moet niet eerst een uur gaan wandelen, of een bepaald pennetje gebruiken. Ik begrijp trouwens niet dat mensen met een pen schrijven. Ik ben daar echt te lui voor. Ik ben nu in ieder geval nog veel te ongeduldig om dat te proberen.
Waar droom je van?
Ik schrijf zo graag. Nu ik het ontdekt heb, heb ik dit ook echt nodig. Anders word ik zeer ongelukkig en slechtgezind, dus voor de wereld en mezelf is het beter als ik kan schrijven. Schrijven is ook absoluut een vorm van ontspanning. Ik voel ook een enorme noodzaak om het te doen, om me goed te voelen. Daarbij maakt de inhoud zelfs niet uit. De handeling alleen al volstaat. De droom is dit te kunnen doen met zo weinig mogelijk ander werk erbij. Al heb ik absoluut niet de illusie dat ik ga kunnen leven van enkel mijn pen.
Is er iets dat je recent gelezen hebt dat je geraakt heeft?
Het gedicht Waakzin van Anneke Brassinga. Ik was echt weggeblazen, en er lichamelijk niet goed van. Het is heel lang geleden dat ik een dergelijke ervaring gehad heb. Er was iets aan het kolken in mij. Ik ben ook heel erg geïnspireerd door Wessel Te Gussinklo. Dat is voor mij de grootste schrijver van de twintigste eeuw in de Nederlandse letteren. Ik weet dat ik niet te veel van zijn werk mag lezen, want dan heb ik snel de drang om onbewust iets over te nemen.
Is dat iets waar je schrik voor hebt?
Ja, absoluut. Vroeger was ik bang om te veel te lezen. Ik schreef veel kortverhalen en afhankelijk van het boek dat ik aan het lezen was, sloop er toch een bepaalde tonaliteit in. Wat op zich niet erg is, zolang je er je ‘eigen’ in stopt… Nu ben ik daar niet meer zo bang van. Behalve Wessel Te Gussinklo, die lees ik toch even niet.
Met welke verwachtingen of verlangens ben je hier op residentie gekomen?
Ik ben volop aan mijn debuutroman aan het werken. Het is een roman in twee delen. Het eerste deel is zo goed als klaar, dus ik ben hier vooral om aan het tweede deel te werken en nieuw materiaal te schrijven. Redactiewerk kan ik op de meeste plaatsen wel doen, maar om nieuwe pagina’s te schrijven, heb ik toch wat meer rust nodig. Dus dat hoop ik hier te vinden.