JEROEN THEUNISSEN 

——
Weerslag van een residentiegesprekje
——

Hoe zou je jezelf omschrijven?

Er is een Argentijnse schrijver, Julio Cortazár, al lang overleden. Die heeft een wezentje ontworpen, genaamd Cronopio. Het is een vreemd, groenachtig wezen dat niets gedaan krijgt en altijd zijn sleutels verliest. Er ontstond een hele beweging van mensen die zichzelf Cronopio’s noemden, ik denk dat ik mezelf zo zou omschrijven: een warrig maar goedaardig wezen.

Heeft schrijven altijd al deel uitgemaakt van je leven?

Min of meer wel. Zodra ik een jaar of achttien was, ben ik met poëzie begonnen en daarna heb ik een eerste roman geschreven. Dus ik ben er toch al een hele tijd mee bezig.

En hoe begon dat dan? Die eerste keer poëzie?

Toen ik vijftien was, voor een meisje. Wat had je gedacht? (lacht) Daarna stond het wel vast dat ik wilde schrijven, dat ik iets creatief wilde doen, maar het is moeilijk om te zeggen waar dat dan precies vandaan komt. Schrijven heeft nog altijd een zeker aura. Er zijn veel mensen die het willen doen en ik denk dat het gaat om jezelf tot outsider te maken in de niet-bepaald-naar-creativiteit-neigende maatschappij waarin we leven. Door jezelf tot outsider te maken, kan je een zelfonderzoek doen naar wat je plaats is in de wereld op een creatieve manier. Ik denk dat veel mensen dat nodig hebben. Dat is voor mij ook waarom ik eraan begonnen ben, en dat is in feite nog altijd zo.

Krijgt de maatschappij een plaats in je oeuvre? Is het een belangrijk onderdeel daarvan?

Ja, in zekere zin wel. Ik schrijf geen historische romans, ook geen poëzie die alleen maar over het ik, het persoonlijke, gaat. Ik probeer teksten te schrijven die over vandaag gaan, vanuit een persoonlijk oogpunt. Ik heb natuurlijk ook mijn beperkingen: ik ben een witte, heteroman, maar niet enkel dat. Ik kom uit de middenklasse, enzovoort. De persoon die ik ben, ligt wel aan de basis, maar het gaat ook over de vraag “hoe ziet onze maatschappij eruit”, en daar verhalen over vertellen. Vatbaar maken hoe we vandaag leven. Dus in die zin komt de maatschappij er ook in voor, maar maatschappij is als woord te klein. Bij maatschappij wordt het een ‘mensen-ding’. Wat we vandaag heel hard nodig hebben, is dat we dat menselijke kunnen overstijgen. Als we willen ophouden met al het niet-menselijke aan zo’n tempo kapot te maken, dan zullen we moeten beseffen dat het een zekere waarde heeft, en ook deel uitmaakt van onze maatschappij.

Zijn er bepaalde thema’s die je werk steeds weer binnensluipen?

Ik denk het wel, zonder dat ik daar bewust naar op zoek ga. Er zijn auteurs die altijd min of meer hetzelfde schrijven. Ik probeer wel nieuwe dingen uit, maar ik merk dat grote existentiële thema’s altijd terugkeren. Mijn laatste roman ging over iemand die aan het sterven is, en over euthanasie. De roman waar ik nu aan werk is een liefdesroman. De poëzie die ik nu ga uitbrengen gaat over wat het is om levend te zijn in deze tijd. Een literair onderzoek naar de maatschappij, dus. Thuis zijn, vertrekken, leven, dood. Dat zal er altijd inzitten.

Die thema’s houden je dan sterk bezig?

Ja zeker en vast, maar niet puur op een persoonlijk niveau, eerder op een breder maatschappelijk niveau. Vragen als “hoe kan je een gemeenschap creëren?”

Heb je een vast schrijfritueel?

Dat is heel moeilijk, daarom kom ik ook naar hier. Ik heb een druk leven, met twee kinderen, een job, ik wil schrijven, ik heb een relatie. Al deze zaken bevinden zich ook ergens anders. Het is dus hectisch. Puur praktisch kan ik niet elke ochtend op hetzelfde uur aan mijn bureau gaan zitten en schrijven. Ik zou dat nochtans wel willen, en ik hoop dit ooit te kunnen doen. Op dit moment leg ik mezelf een aantal uur per week op dat ik moet schrijven. Dat mag dan overal zijn: op de trein, hier, op de wc, toevallig eens aan een bureau … Dat komt neer op ongeveer 2 uur per dag dat ik echt geschreven wil hebben, en als dat niet lukt, probeer ik het de volgende week in te halen.

Is er iets dat je recent gelezen hebt dat je raakte?

Ja, veel dingen hebben mij geraakt. Ik heb net Manieren van levend zijn van Baptiste Morizot uit. Het is non-fictie, en past bij de dichtbundel die ik aan het schrijven ben. Het gaat erover dat we als mens moeten ophouden met denken dat we de enige manier van leven zijn die ertoe doet. We moeten de andere manieren van bestaan hun waarde teruggeven, de uniciteit ervan erkennen en de schoonheid hiervan inzien. Er is rond ons een onvoorstelbare diversiteit van leven, en we moeten af van de tweedeling cultuur – natuur die we sinds Descartes en de Verlichting hanteren. Als we deze planeet leefbaar willen houden, is het essentieel dat we die tweedeling overstijgen, en erkennen dat we niet alleen zijn. De andere manier van leven zijn niet enkel nutsmechanismen.

Een directe inspiratie voor je eigen werk dus?

Ja, inderdaad. De dichtbundel die ik nu schrijf gaat hierover. Eén van de gedichten heet ‘Levenswijzen’. Ik verplaats me dan in een teek, bijvoorbeeld.

Waar droom je nog van?

Van meer mooie dingen te maken, en ook om opnieuw een wandelboek te schrijven. Of een chalet in de bergen kopen.

Waar twijfel je over?

Over alles.

Met welke verwachtingen of verlangens ben je hier op residentie gekomen?

De dichtbundel afwerken. Die verschijnt normaal tegen het einde van dit jaar. En ook aan mijn volgende roman werken.