Teirling
Door Isabelle Bambust

<- Terug

de wereld binnen

zijn spiegeling in de tuin

binnenstebuiten

bovenste-onder

grootouders die herrijzen

het hek half open  

dit jaar ontwaak je na vele vele jaren

welkom hibernatus; we hebben je gemist

ik kijk nu door het raam en ‘k weet niet meer waarom

maar ’t groen van ’t gras is hoopvol; het licht dat van de zon

land van siddering

van loze angst voor talen

scheer je weg, gij spraak

van alle moeders

ik hou van alle talen

aan de overkant

de aarde is nog een bol waarop je kan lopen

we reisden naar de Maan; straks vliegen we naar Mars

het is niet zoveel anders: de palmen bloeien

en worden, eens gesnoeid, weerom effen kegels

gladde palingen alom in de politiek

gewiekst geraffineerd, geslepen bijdehand:

een autoweg maakt van één natuurgebied twee

zo werkt het jammer genoeg nog steeds in dit land

de aardbol binnen

zijn reflectie op het gras

een dubbele kijk 

het paadje geaard

banend naar een deur op slot

met een bel op la

grote verliezen of dubbeltjes op hun kant

zijn nieuw in de onzekere werkelijkheid

’n regen dobbelstenen, je staat er middenin

je hoofd maalstroomt mee; even Apeldoorn bellen

de telefoon rinkelt grauw; de schijf grijsgedraaid

of ik nog weet wie je bent, of jij mij nog kent

ik kwam jouw boeken binnen, maar nooit in je huis

niet verder kom ik nu dan mijn rez-de-jardin

in mezelf gekeerd

het halsjuk lang ingeruild

klaar voor exotiek

zo gaat het vanzelf

op de golven van ’t bestaan

zichzelf leren zijn

’s zondags heb ik rendez-vous met die éne man

dan klessebessen we in dat natuurgebied

we praten met de vogels en ook met elkaar

het doet zo goed te weten dat de liefde is

land en zee buiten

de weerkaatsing in mijn hoofd

buitenstebinnen

ondersteboven

klaar voor het onbekende

de teirling werpt zich  

<- Terug